Wat zij net zei

Ooit zat ik in een Vereniging van Eigenaren. Met drie mannen. Mannen vol dadendrang die panden opkopen, opknappen en verhuren. Die hard praten want dan schiet het op. En niet luisteren want dan schiet het nóg sneller op. De eerste vergadering leek het alsof ik 150 jaar was teruggeworpen in de tijd. De drie heren zaten zo evident niet op mijn inbreng te wachten dat ik het op een gegeven moment niet eens meer probeerde. Ik knikte maar wat, deed alsof ik geboeid was, verbeet mijn ergernis.

De volgende keer zou het anders gaan, nam ik me heilig voor. Ik zat rechtop, keek hen nadrukkelijk aan, onderbrak terug, herhaalde mijn punt steeds opnieuw. Werkte het? Absoluut. Ze konden niet meer om me heen. Maar de sfeer werd akelig. Afspraken werden niet nagekomen. Ik was 'gehoord' en gelijk niet meer welkom.

Spreekangst draait niet alleen om het podium

Voor veel mensen die ik begeleid speelt spreekangst juist op in vergaderingen en groepsgesprekken. Daar waar je niet officieel aan beurt komt, maar tóch je grond moet vinden. Voor sommigen voelt een vergadering zelfs zwaarder dan een presentatie. Bij een presentatie weet je dat je aan zet bent; bij een vergadering moet je steeds opnieuw beslissen wanneer je instapt, en weet je dat het moment voorbij is voordat je iets hebt gezegd.

En de twee houden elkaar in stand. Wie keer op keer merkt dat haar bijdrage in een overleg niet landt, gaat op den duur ook anders kijken naar dat ene moment dat ze écht vooraan moet staan. Iedere keer dat je stem wordt overgeslagen, leert je zenuwstelsel iets: dat het misschien veiliger is om stil te zijn. Geen wonder dat vrouwen die in vergaderingen niet serieus worden genomen, óók opzien tegen presentaties.

Het is niet jouw verbeelding

Veel vrouwen die ik begeleid herkennen iets uit het VvE-verhaal. Ze ervaren spanning rond spreken niet alleen vanwege de gebruikelijke oorzaken - perfectionisme, oude bagage, een innerlijke stem die hen klein houdt - maar óók omdat ze in vergaderingen merken dat hun bijdrage minder snel landt dan die van een mannelijke collega.

Dat is geen inbeelding. Onderzoek van de George Washington University liet zien dat mannen mannen wél onderbreken, maar vrouwen drie keer zo vaak. Er is zelfs een term voor: manterrupting. En vrouwen die vasthoudend zijn, die helder hun grond claimen, lopen tegen iets aan dat sociaal psychologen al decennia in kaart brengen: wie afwijkt van wat anderen voor jouw geslacht 'gepast' vinden, wordt vaak afgestraft. Een vrouw die haar mond opent en standhoudt is al snel 'lastig'. Een man die zachtaardig en bescheiden blijft is al snel 'soft'. Karikaturen, maar de mechanismen erachter zijn hardnekkig.

Dat verklaart de spagaat: ben je vriendelijk en meegaand, dan word je niet serieus genomen. Stel je je stevig op, dan word je opzij gezet. En ondertussen denk je: misschien ligt het toch aan mij. Het ligt niet aan jou. Maar er is wel iets dat helpt.

Wat zij net zei

In het Witte Huis hebben vrouwelijke stafleden een tactiek bedacht die werkt: ze fungeren als elkaars 'versterker'. Spreek vooraf met een collega af dat de een het punt van de ander herhaalt. Niet in dezelfde woorden maar wel met dezelfde strekking, en zo mogelijk met een ander voorbeeld, zodat het niet als napraten klinkt. Het heet amplificatie. Je stem klinkt dubbel zo hard.

Wat helpt: ga niet naast elkaar zitten en reageer als versterker niet meteen op de eerste bijdrage. Houd enige afstand in tijd en ruimte, en begin je inbreng met iets als: 'Wat Brigitte net zei, dat lijkt me echt bruikbaar en ik zou daar nog dit aan willen toevoegen…'

Ik heb het in een training uitgeprobeerd. Twee deelneemsters de tactiek meegegeven, de rest van de groep wist van niets, een acteur de rol gegeven om regelmatig te onderbreken. En het werkte. De versterkte boodschap landde merkbaar harder, ook bij de acteur die niets wist van het bondje. Frappant én aanstekelijk.

Kijk wie je aankijkt

Een tweede tip die kleiner is, maar niet minder effectief. Wie kijk je aan na een bijdrage? Onderzoek liet zien dat zowel mannelijke als vrouwelijke sprekers geneigd zijn om op dat moment vaker een man aan te kijken. Die dat doorgaans opvat als een uitnodiging, met als gevolg dat mannen vaker als eerste reageren. Probeer eens bewust te kiezen wie je aankijkt na een punt. Een potentiële medestander, of iemand van wie je een denkende stilte verwacht. Niet iemand van wie je tegenvuur kunt verwachten. Ook bij de vraagronde na een presentatie geldt dit: kies bewust wie je aankijkt na je antwoord, want dat bepaalt wie er als eerste reageert.

Blijf zacht. Blijf staan. Blijf spreken.

Wat ik wens dat ik in die VvE eerder geweten had: je hoeft niet te kiezen tussen aardig en stevig. Je hoeft niet te verharden om gehoord te worden, en je hoeft je ook niet kleiner te maken om aardig te blijven.

Het derde antwoord is dat je je warmte niet inruilt en óók niet verdwijnt. Als je merkt dat je vaker dan je lief is je mond houdt in vergaderingen, dat je je punt niet meer probeert te maken omdat je weet dat hij toch overstemd wordt, dan is dat een teken, geen falen.

Blijf zacht. Blijf staan. Blijf spreken.

Kijktip

Senator Katy Gallagher confronteert in de Australische Senaat een mannelijke collega over zijn neerbuigende toon. Wat volgt is een schoolvoorbeeld van mansplaining in real time en zijn reactie op haar verwijt bewijst onbedoeld precies haar punt.

Wil je weten of mijn aanpak bij jou past? Neem gerust contact op voor een vrijblijvend gesprek.

29 april 2020