Was je aan het uitstellen, of aan het maken?

'Ik stel het steeds uit.' Ze zei het bijna verontschuldigend. Alsof ze me alvast wilde laten weten dat ze geen ideale deelnemer was. De presentatie moest over drie weken af zijn, maar ze was nog nauwelijks begonnen. Tenminste, zo voelde het voor haar.

'Dus je hebt er nog helemaal niet over nagedacht?' vroeg ik.

'O jawel,' zei ze meteen. 'De hele tijd eigenlijk.'

En precies daar zit iets interessants.

De buitenkant ziet uitstel

Mensen met spreekangst kennen het beeld. Je zou aan je presentatie moeten werken, maar je opent nog even je mail. Je gaat eerst koffie halen. Je ruimt ineens een lade op. Of je begint pas de avond van tevoren, met een knoop in je maag. Dat ziet eruit als vermijding. En soms ís het dat ook, spreekangst kan ervoor zorgen dat alles wat met presenteren te maken heeft spanning oproept, en dan vermijden we het. Heel menselijk. Maar niet alle vertraging is hetzelfde.

Soms gebeurt er iets onder de oppervlakte

Veel mensen denken dat voorbereiding eruitziet als iemand die geconcentreerd achter een laptop zit met een schema ernaast. Maar zo werkt het brein zelden. Goede ideeën ontstaan vaak juist terwijl iemand afwast, wandelt, een lade opruimt, of zomaar wat naar buiten staart. Het lijkt alsof er niets gebeurt. Maar ondertussen legt je brein verbanden. Vergelijkt, sorteert, schuift dingen op hun plek. En dan, ineens, is daar een opening. Een voorbeeld dat ergens uit een gesprek van vorige week opduikt. Een structuur die zich aandient. Een eerste zin die zomaar in je hoofd komt terwijl je staat af te drogen. Dat moment waarop iemand denkt: ja, zó moet ik het vertellen. Dat ontstaat zelden achter een leeg document. Dat ontstaat in de tijd die ervoor lijkt te liggen.

De vrouw uit de eerste alinea

Toen ik haar vroeg waar ze de laatste week aan had gedacht, kwam er ineens een hoop. Ze had nagedacht over wie er in de zaal zou zitten. Ze had een paar voorbeelden bedacht en weer verworpen. Ze had een opening overwogen die ze in de auto had verzonnen. Ze had bij zichzelf nagegaan welk deel van haar werk ze het belangrijkst vond om over te brengen. Ze had alleen nog niets opgeschreven.

'Maar dan ben je dus eigenlijk al weken bezig,' zei ik.

Daar moest ze even over nadenken.

Wat er meestal misgaat

Bij spreekangst is er vaak een stem die elk uitstel uitlegt als bewijs van falen. Zie je wel, ik stel het weer uit. Iedereen kan dit, behalve ik. Die stem is niet alleen pijnlijk, hij is ook ongericht. Hij maakt geen onderscheid tussen niet werken aan iets en werken aan iets zonder dat het zichtbaar is. Allebei worden veroordeeld. En dan ontstaat er iets pijnlijks: niet alleen de presentatie roept spanning op, maar ook het oordeel over hoe je je voorbereidt. De voorbereidingsfase wordt zelf een bron van stress, schaamte, en het gevoel niet deugen. Terwijl er van binnen misschien al weken iets bezig is.

Twee vragen die helpen

Niet alle uitstel is incubatie. Soms is het wél vermijding, en dan is er iemand nodig die zegt: kom, we beginnen. Maar als de stem in je hoofd elk uitstel meteen veroordeelt, mis je de momenten waarop er iets aan het ontstaan is. Twee vragen kunnen helpen om te onderscheiden:

  • Heb ik er de afgelopen dagen over nagedacht, ook als ik niet aan het 'werken' was?
  • Voel ik dat er iets aan het ontstaan is, of voel ik vooral dat ik het wegduw?

Op de eerste vraag is ja niet hetzelfde als ik ben dus wel goed bezig. Het is wel een aanwijzing: er gebeurt iets, ook al is het nog niet zichtbaar. Op de tweede vraag is ik duw het weg een eerlijk signaal dat je er nog niet bij wilt, en dat verdient aandacht, geen oordeel. Beide zijn legitieme antwoorden. Geen van beide is falen.

Sneu voor wie zichzelf veroordeelt

Wat me bij de vrouw raakte was hoeveel werk ze al verzet had en hoe weinig ze zichzelf daarvoor gunde. De Rechter was vroeg opgestaan, dacht ik nog. Maar dat is haar metafoor niet. Voor haar voelde het gewoon als falen. Soms is het belangrijkste werk dat je voor je presentatie doet niet aan je tekst zitten, maar mild zijn voor jezelf in de aanloop. De spanning die het oordeel toevoegt: ik stel weer uit, ik kan dit niet, iedereen kan dit behalve ik, is vaak zwaarder dan de spanning van de presentatie zelf. De volgende keer dat je merkt dat je iets uitstelt, kun je het misschien anders bekijken. Niet meteen vluchten. Niet meteen falen. Eerst even kijken wat er onder zit.

Was je aan het wegduwen? Of was er iets aan het sudderen?

Wil je weten of mijn aanpak bij jou past? Neem gerust contact op voor een vrijblijvend gesprek.

15 april 2020