Ver weg is dichtbij
Een middagje op de bank met mijn zoon van acht.
Voor ons liggen een tekenvel en kleurpotloden.
'Wat is het verste plekje bij je vandaan?' vraagt hij gewichtig.
Ik moet raden.
'China?'
'Nee.'
'De Noordpool?'
'Nee.'
'De maan dan?'
Nee, ook niet.
Hij pakt een potlood en tekent de aardbol.
'Dit is de wereld,' zegt hij, 'en jij staat er bovenop. Je gaat lopen en lopen en lopen.'
Hij tekent een boog naar de Zuidpool. En stopt.
'Dit is ver, maar niet het verste.'
Zijn potlood gaat terug naar het noorden.
'Weet je waar je dan terecht komt? Naast jezelf! Dus het verste plekje van je vandaan is het plekje naast je.'
Trots is hij, apentrots.
En terecht, dat had ik nooit kunnen raden.
Het is bovendien zo'n bruikbare gedachte. Het geldt ook voor spreekangst overwinnen. Dat lijkt vaak een lange weg, een weg vol cursussen, boeken, oefening, moed. Maar in wezen is het een zoektocht naar je eigen kracht. En die ligt doorgaans binnen handbereik.
Je hoeft niet naar de andere kant van de wereld. Je hoeft alleen het plekje naast je te ontdekken. Soms is het een ademhaling. Soms een inzicht. Soms een klein moment waarop je iets anders doet dan je gewend bent. Een beweging op de vierkante millimeter die alles in beweging zet.
De weg voorbij je spreekangst is niet ver weg. Het begint naast je.
