Een collega vroeg me ooit: 'Stel je moet een schoen opeten. Hoe zou je dat dan doen?' Zeker voor vegetariërs is dat geen aanlokkelijk vooruitzicht. Het eerste waaraan ik dacht was: de binnenzool lijkt me enorm goor, dus ik begin met de veters.
Ik vroeg het aan anderen. De antwoorden waren frappant. De een zou met de zool beginnen, dan was het ergste maar achter de rug. De ander juist met de neus, want dat was het beschadigdste stukje. De derde zou direct een vork en mes pakken, want áls zoiets dan moet, dan wel in stijl. Over één ding waren we het eens: we zouden allemaal heel kleine stukjes afhappen.
Het geheim van de kleine hap
Met spreekangst is het net zo. Je kunt het niet in één keer overwinnen, niet door één training, niet door één TED-talk te kijken, niet door jezelf voor een zaal van honderd man te gooien en te hopen dat het goed komt. En toch is dat precies wat veel mensen proberen. Of erger nog: ze proberen het helemaal niet, omdat de schoen te groot lijkt om aan te beginnen.
Onderzoek laat zien dat herhaalde confrontatie met je angst je brein leert dat de dreiging niet echt is. Dat heet exposure, en het werkt - mits je het goed opbouwt. Het sleutelwoord is opbouwen.
Vijf keer presenteren
Mijn advies is concreet: presenteer minstens vijf keer, in oplopende moeilijkheidsgraad. Stap voor stap.
- Keer 1: twee minuten, voor één vertrouwd persoon
- Keer 2: drie minuten, voor twee of drie mensen
- Keer 3: vijf minuten, voor een klein groepje collega's
- Keer 4: zeven minuten, voor een grotere groep en vraag om feedback
- Keer 5: tien minuten, voor het echte publiek
Je kunt dit zelf organiseren. Zoek één tot drie mensen bij wie je je veilig voelt en spreek af dat je elkaar vijf keer feedback geeft. Is dat veel gevraagd als je spreekangst hebt? Ja. Maar pas als je gaat staan en spreekt ervaart je brein dat het veilig is. Inzicht zonder actie verandert niets.
De eerste hap is het moeilijkst.
Dat maakt van het opeten van een schoen natuurlijk nog steeds geen feest. Maar na de eerste keer weet je: ik heb het gedaan. En het was niet zo erg als ik dacht. Na een paar keer kantelt er iets: niet van 'ik kan dit niet' naar 'ik kan dit perfect', maar van 'het overkomt me' naar 'ik durf het aan. Leg je doel niet te ver weg. Dan kom je sneller in beweging. Begin met de veters.
Wil je weten of mijn aanpak bij jou past? Neem gerust contact op voor een vrijblijvend gesprek.
