Je hebt alles gecheckt. De beamer doet het, het glaasje water staat klaar, je aantekeningen liggen in de goede volgorde. Laat ze maar komen.
Maar dat doen ze pas over een kwartier.
Wat doe je in die laatste, zenuwslopende minuten voor je presentatie?
Het ei van Attila
In mijn jaren als theaterregisseur werkte ik met de Hongaarse acteur Attila Bellus. Een man die honderden voorstellingen had gespeeld, in theaters door heel Europa. Ervaring genoeg, zou je denken. En toch, podiumangst, elke keer weer. Vlak voor iedere voorstelling had hij hetzelfde ritueel. Hij zonderde zich af. Ging letterlijk in een hoekje zitten, met zijn rug naar de wereld. Haalde een hardgekookt eitje tevoorschijn. En een klein zoutvaatje. Hij pelde het eitje zorgvuldig. At het op, hapje voor hapje. Met steeds een snufje zout. In opperste concentratie. (Eerlijk is eerlijk: aanvankelijk was het een Mars. Maar hij werd te dik, vond hij. Dus werd het een eitje. Minder calorieën, hetzelfde effect.)
De reden? 'Ieder theater is anders,' zei hij me ooit, 'maar een ei is altijd hetzelfde.' Dat ei was zijn houvast. Het ritueel was zijn mentale startblok.
Waarom rituelen werken
Acteurs weten iets wat de meeste sprekers niet weten: dat de minuten vóór het optreden minstens zo belangrijk zijn als het optreden zelf. Ze inspecteren de zaal. Repeteren stukjes tekst, ook bij de honderdste voorstelling. Warmen fysiek op. Rekken, springen, aarden, alles om in het hier en nu te komen.
Dat is geen bijgeloof. Daar zit wetenschap achter. Je lichaam en je geest zijn geen losse systemen. Wat je doet met je lijf, beïnvloedt hoe je je voelt. Embodied cognition noemen wetenschappers dat: je lichaam denkt mee. Als je rechtop gaat staan, voel je je sterker. Als je je schouders laat zakken, neemt de spanning af. Als je iets fysieks doet met aandacht - een eitje pellen, een glas water pakken, je voeten voelen op de grond - kom je terug in het nu. En 'in het nu' is precies waar je wilt zijn. Niet in de toekomst ('straks gaat het mis'), niet in het verleden ('vorige keer ging het ook fout'), maar hier. In deze zaal. Bij deze mensen.
Jouw eitje
Je hoeft natuurlijk geen hardgekookt ei mee te nemen naar je volgende presentatie (al mag het natuurlijk). Waar het om gaat is dat je iets vindt wat jou helpt om even te landen. Sommige mensen drinken vlak voor ze beginnen bewust een glas water. Niet uit dorst, maar omdat het een rustige, vertrouwde handeling is. Anderen lopen even door de zaal, maken een praatje bij de deur of heten mensen welkom. Ze maken alvast contact, zodat ze niet meer voor onbekenden spreken. Weer anderen trekken zich juist kort terug. Eén minuut aandacht voor hun ademhaling, hun spieren, hun gedachten. In mijn trainingen noem ik dat de Officiersminuut.
Geen van die manieren is beter. Als je maar bewust kiest wat jou helpt om die laatste minuten niet te vullen met piekeren, maar met iets concreets. Iets dat je lijf het signaal geeft: ik ben hier. En het is veilig genoeg om te beginnen.
Noem het landen. Even je voeten voelen. Je adem volgen. Niet om alle spanning weg te krijgen, maar om echt aanwezig te zijn. Want dat is uiteindelijk wat rituelen doen. Of het nu een eitje is, een glas water of een handdruk bij de deur: ze zeggen niet 'negeer de spanning'. Ze zeggen: ik weet dat je er bent. En ik ga toch beginnen.
Eitje.
