Straks weet ik het niet meer. Straks sta ik daar met mijn mond vol tanden. Straks valt het stil en ziet iedereen dat ik het niet kan. De black-out is voor veel mensen met spreekangst de absolute nachtmerrie. Het moment waarop alles weg is, alsof iemand het licht heeft uitgedaan.
In al mijn jaren van trainen heb ik gemerkt: de angst voor de black-out is bijna altijd groter dan de black-out zelf. Veel deelnemers vrezen iets dat zelden of nooit echt gebeurt en wanneer het wél even hapert, herstellen ze meestal sneller dan ze denken.
Wat er werkelijk gebeurt
Onder spanning schakelt je brein over op overleven. Je werkgeheugen - het deel waarmee je overzicht houdt en informatie ophaalt - krijgt tijdelijk minder ruimte. Niet omdat je kennis weg is, maar omdat je lichaam denkt: eerst veilig, dan pas slim. Vergelijk het met een kast waar alles in staat, maar waarvan de sleutel even zoek is. Het duurt zelden lang. Op het podium voelt het als een eeuwigheid; voor je publiek zien ze een spreker die even nadenkt. Jouw drie seconden paniek zijn andermans korte pauze. En pauzes zijn niet erg, ze zijn zelfs overtuigend.
Een plan op zak
Toch hopen we vaak gewoon dat het goed gaat. Maar dat werkt niet, want juist de gedachte 'als het maar niet stilvalt' is wat de spanning opjaagt. Wat wél werkt is een vooraf gemaakte afspraak met jezelf. Psycholoog Peter Gollwitzer noemt dat een implementatie-intentie: een concrete koppeling tussen situatie en gedrag. Als dit gebeurt, dan doe ik dat.
Drie voorbeelden:
- Als ik een black-out voel opkomen, dan adem ik rustig uit en kijk ik op mijn kaartje.
- Als het stilvalt, dan neem ik bewust drie seconden pauze.
- Als ik de draad kwijt ben, dan zeg ik gewoon: 'Even kijken waar ik was.'
De spanning verdwijnt daar niet mee. Maar de ervaring verschuift van het overkomt me naar ik weet wat ik doe. En dat verschil is groot.
Wil je weten of mijn aanpak bij jou past? Neem gerust contact op voor een vrijblijvend gesprek.
