Onlangs kreeg ik een mailtje van iemand die ik begeleid had. Ze schreef dat ze op een paar momenten tóch weer spreekangst had gehad. En dat ze de neiging voelde om terug te vallen in oude overtuigingen: dat het toch niet écht gelukt was, dat het misschien nooit echt zou veranderen. Ze besloot om opnieuw te komen. In dat mailtje zit eigenlijk het hele werk vervat. Niet in haar twijfel, maar in wat ze deed met die twijfel: ze schreef. Ze ging niet alleen verder.
Wat er gebeurt als je werkt aan je spreekangst
Werken aan je spreekangst is een veranderingsproces. En verandering is, of het nu gaat om een organisatie, een relatie of jezelf, bijna nooit een rechte lijn. Drie patronen herhalen zich, in welk veranderingsproces dan ook.
1. Verandering voelt als verlies, ook als je vooruit gaat.
De oude overtuigingen waarmee je leefde, hoe pijnlijk ze ook waren, gaven je iets vertrouwds. Je kende je angst. Je wist precies wat de avond ervoor je zou kosten. De voorspelbaarheid van het ongemak was op zichzelf een soort houvast. Wanneer je gaat veranderen, wanneer die angstige spreker in jou langzaam meer ruimte krijgt, verlies je iets van die voorspelbaarheid. En zelfs als wat ervoor in de plaats komt mooier is, voelt het verlies erbij. Net zoals je de avond voor een verhuizing naar een prachtig nieuw huis weemoedig kunt zijn over die ene boom in de oude tuin. Die rouw hoort erbij. Geef hem aandacht.
2. We willen het liefst terug naar het oude.
Dat is wat de cliënte uit dat mailtje voelde. Een paar dagen weer last, en een oude stem dient zich aan: zie je wel, het werkt niet, ik val terug, het was maar tijdelijk. De oude overtuigingen zijn niet weg. Ze zijn alleen even op de achtergrond geweest. En zodra de spanning weer komt, presenteren ze zich graag opnieuw als de waarheid. Maar 'zie je wel' is een conclusie, geen waarneming. Wat je waarneemt is: de spanning is er weer. De conclusie die je eraan verbindt - dus het werkt niet - is een keuze.
3. We zijn geneigd het alleen te doen.
Dit is misschien de hardnekkigste van de drie. Dag in dag uit ben je alleen met je gedachten. Wie wil er iets weten over die ene presentatie waar je je rot over voelde? Wie ga je vertellen dat je nu, een jaar na die training, soms tóch weer terugschiet? Dat houd ik wel voor mezelf, fluistert de stem. Wat de cliënte uit het mailtje deed, schrijven en opnieuw komen, is wat de derde wet doorbreekt. Je hoeft het niet zelf op te lossen. Je hoeft alleen niet alleen te zijn.
De derde tekening
Een collega-trainer gaf ooit een training waarin hij deelnemers vroeg om hun ideale wereld te tekenen. Daarna voegden ze de obstakels toe die dat ideaal in de weg stonden. En ten slotte: pas die obstakels zo aan dat je tóch opnieuw het ideaal ziet. Welke tekening sprak hen het meest aan? De meerderheid koos voor de derde. Niet de tekening met het ideaal zonder obstakels. Niet de tekening met het ideaal mét het obstakel. Maar de tekening waarin ze ergens iets in zichzelf hadden aangeboord om het obstakel te ontmantelen. De tekening van de doorleefde worsteling.
Onderzoek naar wat psychologen post-traumatic growth noemen sluit hierop aan: mensen die door iets moeilijks heen zijn gegaan, waarderen achteraf vaak juist die fase als meest betekenisvol. Niet omdat het lijden zinvol was, maar omdat er iets in henzelf werd aangeboord dat zonder die obstakels onontdekt was gebleven.
Het pad zelf is wat groeit
Werk aan je spreekangst kun je niet skippen. Er is geen pil die je naar de eerste tekening brengt, naar het ideaal zonder obstakels. Wat je wél kunt is het pad gaan. En onderweg ontdekken dat niet alleen het doel groeit. Jij groeit ook, op een manier die je vooraf niet kon weten. En als de spanning soms terugkomt? Dan is dat geen terugkeer. Dat is het pad. En jij staat er nog op.
Wil je weten of mijn aanpak bij jou past? Neem gerust contact op voor een vrijblijvend gesprek.
