De jacht op dr. Fox

 

Dr._FoxVerkiezingen staan garant voor heel wat halve waarheden en verdraaiingen. Grappig genoeg krijgen ook de grootste onzinverkopers steeds weer een podium. Hoe flikken ze dat toch? En wie was dr. Fox?

Tijdens mijn theaterstudie in Brussel waren we bezig met tekstbehandeling. De opdracht was: lees een stukje voor over de kleurentheorie van de filosoof Wittgenstein. Een vrij onbegrijpelijke verhandeling over kleuren en waarneming. Het was mijn beurt. Ik had al een paar medestudenten zien worstelen en ik nam me voor om het in ieder geval leuk te maken. Dat lukte. Het publiek hing aan mijn lippen en reageerde opgetogen. Bij de nabespreking kreeg ik enthousiaste feedback: een lust om naar te kijken, knap dat ik ze had weten te boeien met die onduidelijke theorie.

Totdat de docent vroeg: “Maar wie heeft gehoord waar het over ging?” Het werd muisstil. Niemand had echt geluisterd, terwijl de opdracht toch was om de kleurentheorie begrijpelijk te maken. Twintig jaar later herinner ik me de schok nog steeds. Het voelde als een mislukte missie, maar gelukkig leverde het me ook een belangrijk inzicht op. Er is een groot verschil tussen je publiek amuseren en je publiek iets bijbrengen.

De fantastische dr. Fox

Dat was dus mijn kennismaking met het dr. Fox-effect. Want zo heet het eigenlijk, sinds het beroemde Amerikaanse experiment met dr. Fox, in de jaren zeventig van de vorige eeuw. De flamboyante acteur Michael Fox werd ingehuurd om een zaal vol studenten en sociale wetenschappers te trakteren op een lezing met de titel Mathematical Game Theory as Applied to Physician Education. Hij deed dat echter niet als acteur, hij werd geïntroduceerd als dr. Fox. En anders dan mijn Wittgensteinfragment was Fox’ verhaal een aaneenschakeling van neologismen, non-informatie en tegenstrijdigheden. Maar dankzij zijn meeslepende verteltechniek ging zijn betoog erin als koek. Uit de evaluatieformulieren bleek dat menigeen het gevoel had iets opgestoken te hebben van dr. Fox.

De noodrem 

Misbruik wordt gestraft, stond er vroeger op het bordje naast de noodrem. Was het maar waar. Vaak gaan misbruikers van de retorica vrijuit. Neem bijvoorbeeld verkopers van woekerhypotheken, derivaten en hoe al die smakeloze financiële producten ook mogen heten? Al of niet bekend met dr. Fox profiteerden ze volop van het gelijknamige effect. Hoe kunnen we een halt toeroepen aan dergelijke praktijken?

Het probleem is: de discussie is al eeuwen oud. Socrates, Plato en Aristoteles onderkenden al dat je de retorica ook kunt gebruiken voor minder eerzame doeleinden. Socrates bijvoorbeeld vond het overtuigen van anderen sowieso maar een vulgaire bezigheid, hem ging het om het achterhalen van de waarheid. En de dialoog is dan de aangewezen manier om zoveel mogelijk van die waarheid te onthullen.

Tijd voor de vossenjacht

In deze eeuw leken we niet meer zo geïnteresseerd in de waarheid. Alles werd amusement! Welke politicus krijgt nog de tijd om zijn standpunten te onderbouwen? En welke politicus durft dat nog? Wat wij als debat krijgen voorgeschoteld is meestal haastwerk: een snelle mix van oneliners en stekeligheden. Geen wonder: tv-regisseurs kennen het dr.Fox-effect als geen ander. Emotie gaat vóór een genuanceerde boodschap.

Maar ineens was daar de fact checker. Een nieuw instrument in de vossenjacht, waarmee je de acteurs onder de politici kunt ontmaskeren. Het kost wat tijd, het vergt speurwerk, maar de uitkomsten zijn vaak verrassend. Dr. Fox moet weer op zijn tellen gaan passen.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen