Hear, Hear!

bekerSporten is niet mijn sterkste kant. Ik weet dat het moet, maar het komt er vaak niet van. Een prijzenkast heb ik dan ook nooit nodig gehad. Tot vrijdag. Toen kwam ik ineens met een grote beker thuis.

Vorige week viel mijn oog op een debattoernooi. Niet toevallig, want ik zoek al een tijdje naar een goede vorm om de principes van de retorica naar de vergadersetting te vertalen. Dus ik meldde me aan.

De opzet? Eerst een masterclass door Gijs Weenink. Hij is directeur van de Debatacademie, de organisator van het toernooi. Daarna begon het echte werk. Vooraf hadden we al stellingen toegestuurd gekregen. ‘Openbaar vervoer moet gratis’ bijvoorbeeld, en ‘de vettaks is een oplossing voor overgewicht’. We werkten in tweepersoonsteams en kregen steeds pas kort van tevoren te horen of we voor of tegen moesten pleiten.

Als debaters met een masterclass achter de kiezen, richtten we ons natuurlijk vooral op de twijfelaars in ons gehoor. Daar zit immers de grootste winst, wist iedereen inmiddels. Veel mensen hebben –ook in vergaderingen- de neiging om tegenstanders te bestrijden. Niet doen: het is veel makkelijker om een twijfelaar over de streep te trekken dan iemand die zijn hakken in het zand heeft gezet.

We concentreerden ons dus op aansprekende argumenten voor de twijfelaars. We zeiden dat we zelf ook geaarzeld hadden, maar dat we na ampel beraad tot onze overtuiging waren gekomen. We namen tegenargumenten mee in ons eigen betoog. We onderdrukten de neiging om bij alles wat ons niet zinde er meteen vol in te vliegen. We bleven juist goed luisteren en verzamelden munitie voor onze tegenaanval. En als die kwam, labelden we zelf onze belangrijkste bouwstenen: “Ik geef u een juridisch, een ethisch en een economisch argument.” Dat helpt je toehoorders immers bij het begrijpen en het onthouden van je redenering.

We strooiden met oneliners, niet alleen om de lachers op onze hand te krijgen, maar ook om het publiek kapstokjes te geven voor zijn mening. En natuurlijk bleven we voortdurend samenvatten en steeds opnieuw de kern van ons betoog onderstrepen.

Na drie voorronden belandden mijn teamgenoot en ik in de finale. Vijf juryleden en een publiek in Britse Lagerhuisopstelling beoordeelden de prestaties. We kregen de stelling ‘Nederland heeft behoefte aan meer vrouwen aan de top’. Probleempje: wij tweeën moesten tégen die stelling pleiten, dus dat vroeg de nodige soepelheid van geest. Maar geloof het of niet: we wonnen!

De beker staat op de schoorsteenmantel. Mijn voetballende zoons zijn ineens vol ontzag, maar de grootste ontdekking is toch dat ik er zelf zo'n lol in had. Dus vanaf nu wordt debatteren een vast onderdeel in de training Persoonlijke profilering. Hear, hear!

Reacties  

 
#2 Elaine 27-09-2012 13:05
Boeiende bijdrage, Sylvia!
Als onderwijskundig e noem ik die kapstokjes advanced organizers. In de praktijk zijn deze heel bruikbaar. Daar hangt de lerende dan het eigen referentiekader aan en vervolgens beoordeelt zij/hij. Het houdt dus ook in dat je dicht bij de personen in het publiek moet blijven (in hun zone van naaste ontwikkeling).
Prikkelend aangepakt plus beschreven. Ik herken de deskundige en leuke trainer er in, die ik ontmoette bij 'Persoonlijke profilering'. Deze training is overigens echt een aanrader: je krijgt als deelnemer veel gerichte aandacht en leert ook van het goed observeren van en feedback geven aan andere deelnemers. Daarmee kom je uit je comfortzone en zet je ook echt stappen.
Citeer
 
 
#1 lida kersten 30-05-2012 12:10
wat schrijf je dat leuk op Sylvia en wat zal het een spannend, enerverend maar - vermoed ik - ook een vrolijk debat zijn geworden. Vooral belangrijk dat je laat zien hoe je theorie in de praktijk gebruikt. Complimenten! Lida Kersten
Citeer
 

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen